Het Laddermill-concept van professor Wubbo Ockels was bedoeld om windenergie op grote hoogte te benutten. Het oorspronkelijke idee bestond uit een gesloten kabellus met meerdere bestuurbare vliegers. Door een netto trekkracht op de kabel te genereren zou de lus in beweging worden gebracht en via een generator elektrische energie kunnen opwekken.
De haalbaarheid van zo'n systeem wordt in belangrijke mate bepaald door de aerodynamische krachten op de vliegers. Tijdens verschillende delen van de baan moeten de lift- en weerstandskrachten zodanig worden gestuurd dat een bruikbaar verschil in kabelkracht ontstaat. Een mogelijke regelparameter hiervoor is de invalshoek van de vlieger ten opzichte van de lokale aanstroming.
Naast de grootte van de aerodynamische krachten is de stabiliteit van de vliegers essentieel. Zijwaartse bewegingen of dynamische instabiliteiten kunnen zich via de kabelconstructie voortplanten en daarmee de veilige werking van het volledige systeem beïnvloeden.
FlowMotion analyseerde daarom een groot aantal vliegerconfiguraties met verschillende aerodynamische berekeningsmethoden. Daarbij werden onder meer de krachten, invalshoeken en stabiliteitseigenschappen van de configuraties onderzocht.
Op basis van deze analyses werd gezocht naar een configuratie die een zo gunstig mogelijk compromis bood tussen energieopwekking, bestuurbaarheid en aerodynamische stabiliteit.
Het Laddermill-concept van professor Wubbo Ockels was bedoeld om windenergie op grote hoogte te benutten. Het oorspronkelijke idee bestond uit een gesloten kabellus met meerdere bestuurbare vliegers. Door een netto trekkracht op de kabel te genereren zou de lus in beweging worden gebracht en via een generator elektrische energie kunnen opwekken.
De haalbaarheid van zo'n systeem wordt in belangrijke mate bepaald door de aerodynamische krachten op de vliegers. Tijdens verschillende delen van de baan moeten de lift- en weerstandskrachten zodanig worden gestuurd dat een bruikbaar verschil in kabelkracht ontstaat. Een mogelijke regelparameter hiervoor is de invalshoek van de vlieger ten opzichte van de lokale aanstroming.
Naast de grootte van de aerodynamische krachten is de stabiliteit van de vliegers essentieel. Zijwaartse bewegingen of dynamische instabiliteiten kunnen zich via de kabelconstructie voortplanten en daarmee de veilige werking van het volledige systeem beïnvloeden.
FlowMotion analyseerde daarom een groot aantal vliegerconfiguraties met verschillende aerodynamische berekeningsmethoden. Daarbij werden onder meer de krachten, invalshoeken en stabiliteitseigenschappen van de configuraties onderzocht.
Op basis van deze analyses werd gezocht naar een configuratie die een zo gunstig mogelijk compromis bood tussen energieopwekking, bestuurbaarheid en aerodynamische stabiliteit.




