In een compressorhal kan een grote hoeveelheid warmte vrijkomen uit compressoren, leidingen en andere installatiecomponenten. Voor een betrouwbaar ontwerp moet worden aangetoond dat deze warmte onder uiteenlopende weers- en bedrijfscondities voldoende kan worden afgevoerd.
In de onderzochte hal gaf één compressor meer dan 80 kW warmte af. Daarnaast leverden leidingen en overige apparatuur samen nog ongeveer 85 kW aan de ruimte. Door deze hoge totale warmtelast konden aanzienlijke temperatuurverschillen in de hal ontstaan.
FlowMotion berekende daarom met CFD het gekoppelde snelheids- en temperatuurveld in de hal. De temperatuurverschillen veroorzaken dichtheidsverschillen in de lucht en daarmee thermische opdrijving. Deze natuurlijke convectie kan een belangrijk deel van het globale stromingspatroon bepalen en werd daarom expliciet in de berekeningen meegenomen.
Naast convectieve warmteoverdracht werd ook thermische straling tussen warme componenten en hun omgeving gemodelleerd. Voor verschillende ventilatieconcepten en weerscondities werd vervolgens onderzocht hoe toevoerlucht, natuurlijke convectie en warmteafgifte samen de lokale component- en luchttemperaturen bepaalden.
De simulaties lieten zien dat met het gekozen ventilatieconcept onder de onderzochte omstandigheden voldoende koeling kon worden gerealiseerd. Daarmee kon het ontwerp al vóór realisatie thermisch en stromingstechnisch worden beoordeeld.
In een compressorhal kan een grote hoeveelheid warmte vrijkomen uit compressoren, leidingen en andere installatiecomponenten. Voor een betrouwbaar ontwerp moet worden aangetoond dat deze warmte onder uiteenlopende weers- en bedrijfscondities voldoende kan worden afgevoerd.
In de onderzochte hal gaf één compressor meer dan 80 kW warmte af. Daarnaast leverden leidingen en overige apparatuur samen nog ongeveer 85 kW aan de ruimte. Door deze hoge totale warmtelast konden aanzienlijke temperatuurverschillen in de hal ontstaan.
FlowMotion berekende daarom met CFD het gekoppelde snelheids- en temperatuurveld in de hal. De temperatuurverschillen veroorzaken dichtheidsverschillen in de lucht en daarmee thermische opdrijving. Deze natuurlijke convectie kan een belangrijk deel van het globale stromingspatroon bepalen en werd daarom expliciet in de berekeningen meegenomen.
Naast convectieve warmteoverdracht werd ook thermische straling tussen warme componenten en hun omgeving gemodelleerd. Voor verschillende ventilatieconcepten en weerscondities werd vervolgens onderzocht hoe toevoerlucht, natuurlijke convectie en warmteafgifte samen de lokale component- en luchttemperaturen bepaalden.
De simulaties lieten zien dat met het gekozen ventilatieconcept onder de onderzochte omstandigheden voldoende koeling kon worden gerealiseerd. Daarmee kon het ontwerp al vóór realisatie thermisch en stromingstechnisch worden beoordeeld.




